Excursie Nieuws

Lezingen Nieuws

Werkgroep Nieuws

Tonnie en Kee weer actief

De samenwerkende heemkundeverenigingen “De Wojstap” uit Heeswijk – Dinther, “De Nistelvorst” uit Nistelrode-Vorstenbosch en “De Elf Rotten” uit Heesch bieden dit voorjaar voor het derde achtereenvolgende jaar een educatief programma aan.

Ontstaan van Heesch

Afdrukken

De vorming van het huidige grondgebied met zijn diverse woonkernen is voortgekomen uit een reeks historisch, geologisch en economisch bepaalde ontwikkelingen.

Read More

Factoren die een rol speelden bij het ontstaan van de eerste nederzettingen waren bodemgesteldheid en ligging aan een kruispunt van wegen.
De oudste woonkern van Heesch, die tevens kerkelijk en bestuurlijk centrum werd, was het latere Kerkeind, het gebied rond Goorstraat, Lindenlaan, Hoogstraat en Osseweg. Hier bevond zich een van nature wat hogergelegen gebied dat in het westen, noorden, oosten en zuiden begrensd werd door lagergelegen grond. In het noorden vormden het Goor en de waterloop de Run de natuurlijke begrenzing, in het westen was dit het drassige gebied van de Pas, beemdgrond.
 
In het zuiden bevond zich een lage strook grond met waterloop, die onmiddelijk weer overging in hoger gelegen grond: Den Hoogen. Rond dit door natuurlijke grenzen omsloten gebied groepeerden zich een aantal boerenhoeven, die het omliggende gebied, de drassige gronden, geleidelijk aan gingen ontginnen en als bouwen weidegrond in gebruik namen. De strook grond waaromheen de hoeven gegroepeerd lagen had inmiddels het karakter gekregen van een plein, dat door de verbindingswegen met andere woonkernen een driehoekige vorm kreeg. In het noordwesten was dit de verbindingsweg met de opkomende nederzettingen Oss en Geffen, in het oosten de weg naar Schaijk en Herpen, in het zuiden de weg naar Nistelrode en het zuidwesten de weg naar de nieuwe ontginningen in Vinkel. Het plein was gemeenschappelijk eigendom en werd gebruikt voor de opstal van het vee. De mest die de veestapel produceerde werd gebruikt voor de bemesting en het bouwrijp maken van de grond direct achter de hoeven. Hier werden gewassen voor de eerste levensbehoeften geproduceerd: met name rogge en tarwe.

De geloofsbeleving vormde een wezenlijk onderdeel van het dagelijks leven van deze boeren. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat men voor de gezamelijke viering een plek op het gemeenschappelijke plein inruimde. Het eerste kerkje dat waarschijnlijk een houtbouw was werd in de noordwesthoek van het plein gebouwd. Mogelijk is het initiatief hiertoe genomen door een plaatselijk of regionaal heer, die de voogdij over de kerk kreeg. Aan het einde van de 12e eeuw zien we althans de hertog van Brabant, die druk doende is zijn macht in het noordelijke territorium te consolideren en allerlei rechten en bevoegdheden naar zich toetrekt, optreden als voogd van de Heesche kerk. Hij beschikt over het patronaats- en tiendrecht. Als patroon heeft hij het recht de persona, de pastoor voor te dragen (aan te stellen door de bisschop). Daarnaast heeft hij het recht de tiende te innen, 1/10 van de opbrengst van het land. Als tiendheffer heeft hij de plicht het onderhoud van de kerk te betalen. In 1191 wordt het tiendrecht omgezet in een leen. Heer Hendrik II van Cuijk draagt zijn allodium in Herpen over aan Jan van Brabant. Hij krijgt ze vervolgens weer in leen terug tesamen met een grote som geld en de tiende van Heze met toebehoren. In 1380 is het leen in handen van Walraven van Valkenburg, heer van Born en Sittard, die ook leenplicht verschuldigd is voor de heerlijkheden Ravenstein, Herpen en Uden, en de tiende van Nistelrode.

Aan het einde van de 14e eeuw werd ter plekke een Romaans (stenen) kerkje gebouwd en in het begin van de 15e eeuw werden schip en koor vervangen door een hogere gothische bouw. De hoeven rond het plein dat waarschijnlijk `die Plaetse´ werd genoemd, breidden zich geleidelijk uit, maar het omliggende areaal was niet meer toereikend zodat men zijn toevlucht moest zoeken buiten deze nederzetting. Zo vond een uitbreiding plaats in noord-oostelijke richting, het later Doorneind, maar ging niet verder dan de heidegronden aldaar. In westelijke en zuidelijke richting had men meer succes, ten westen van de nederzetting lag een strook beemdgronden, laaggelegen grond met goede doorwatering. Dwars door dit gebied stroomde in westelijke richting het beekje de Run. Deze strook grond werd verkaveld en aan weerszijden werden hoeven gebouwd: hieruit ontstond de lintbebouwing in de Beemd (Hondstraat) en Broekhoek.

In zuidelijke richting ontstond een groep hoeven op den Hoogen, en in Heelwijk. Reeds in een vroeg stadium groeide werden er ook boerderijen gebouwd aan de rand van de Wijstgronden. Vroege kernen waren ook Zoggel en Rakt. De uitbreiding van het landbouwareaal, verkaveling en aanleg van ontginningshoeven ging echter niet alleen uit van de oude kern zelf. Ook instellingen van buitenaf speelden een grote rol. In Munnikensvinkel was er reeds in de 12e eeuw een ontginningshoeve van de Wilhelmieten, die hun omvangrijke bezit aanvankelijk verpachten aan afzonderlijke boeren. Via erfpacht en verkoop kwamen de daar onstane nieuwe hoeven in particuliere handen. De grond bleef echter belast met afdrachten en diensten aan het klooster Porta Celi te ´s-Bosch, nog tot in de vorige eeuw. Ook andere geestelijke instellingen hadden hoeven in Heesch: het klooster v. Bethanië op de Windmolenberg, de Kathuizers, De tafel van de H. Geest in Den Bosch, het Groot Gasthuis etc., het klooster van Berne (hoeve in de Rakt) etc.

Diverse hoeven in Vinkel en op Zoggel waren aan het einde van de 15e eeuw in handen gekomen van belangrijke Bossche families, die ze als pachthoeven exploiteerden. Ook diverse hoeven aan het Runneneind bij de kerk en op den Hoogen zijn dan in handen van belangrijke families.
In de 16e eeuw vinden we er o.a. de families Van Oss, Van Malsen, Van Gerwen, Sampson, De Bever etc.

Sponsor De Elf Rotten

Sponsor De Elf Rotten!!!