Excursie Nieuws

Lezingen Nieuws

Werkgroep Nieuws

Tonnie en Kee weer actief

De samenwerkende heemkundeverenigingen “De Wojstap” uit Heeswijk – Dinther, “De Nistelvorst” uit Nistelrode-Vorstenbosch en “De Elf Rotten” uit Heesch bieden dit voorjaar voor het derde achtereenvolgende jaar een educatief programma aan.

Bestuurlijke geschiedenis Heesch

Afdrukken

In tegenstelling tot nabijgelegen dorpen als Geffen, Nuland, Berlicum, Lith, Lithoijen, Megen etc. en de dorpen in het latere land van Ravenstein heeft Heesch nooit een eigen heer gekend, maar altijd rechtstreeks onder de landsheer geressorteerd, in dit geval de Hertog van Brabant.
Deze was voor zijn hertogdom alleen leenplicht verschuldigd aan de Duitse keizer.

De hertog bezat in Heesch de hoge en lage justitie, het patronaatsschap van de parochiekerk en het tiendrecht. Reeds in de 12e eeuw zien we dat de hertog zijn tiendrecht in leen uitgeeft aan zijn nieuwe vazal Hendrik van Cuijk. De hertog bezat daarnaast ook het windrecht en wildregaal.
In de 14e eeuw geraken deze geleidelijk in andere handen. In 1329 geeft Hertog Jan III van Brabant de gemene gronden in Heesch uit aan de lieden van Heesch tegen een bedrag van 130 pond Leuvens en een jaarlijkse erfcijns van 6 pond Leuvens; in 1355 geeft hij aan Alard van Oss het gemaal (windrecht) in Oss c.a. waaronder ook Heesch. Deze mocht vervolgens ingenoemde dorpen zogenoemde dwangmolens oprichten, d.w.z. alleen daar mocht men zijn graan malen.

In 1386 beleent hertogin Johanna van Brabant de kwartierschout van Maasland, Jan Roeverszn. van Vladeracken met de vorsterijen en schutterijen van Oss met Berghem, Heesch, Nistelrode en Lithoijen en het schrijfambt van Maasland, waaronder ook Heesch viel (1).
Ook het gruitrecht in Oss, Berghem, Heesch en Nistelrode, een heffing op het bier, van oorsprong een hertogelijk recht, kwam in particuliere handen: in de 17e eeuw was het in handen van de familie Van Daverveld.
Uiteraard was de hertog voor het toezicht op bestuurlijke aangelegenheden in deze gebieden afhankelijk van zijn ambtenaren. Het hertogdom Brabant was onderverdeeld in een aantal bestuurseenheden. Stad en Meierij van ´s-Hertogenbosch was wel de meest noordelijke. Hier had de hertog een hoofdschout als zijn vertegenwoordiger aangesteld, die niet alleen belast was met het bestuur in deze gebieden, maar ook met hoge (o.a. halszaken) en lage justitie in de stad ´s-Bosch en in die plaatsen, welke rechtstreeks onder de hertog ressorteerden of alleen een lage heerlijkheid kenden.

De meierij was weer onderverdeeld in 4 kwartieren, Maasland, Peelland, Kempenland en Oisterwijk, ieder bestuurd door een kwartierschout. In het kwartier Maasland, waartoe ook Heesch toe behoorde, had de kwartierschout zijn zetel te Oss. Hij was belast met het bestuur en de lage justitie in de omliggende dorpen. Hierin werd hij bijgestaan door de diverse schepenbanken. In het begin zat hij de vergaderingen nog zelf voor en leidde hij de gedingen in de zg. dingbank (processen).
Door uitbreiding van zijn taken zag hij zich echter genoodzaakt in de afzonderlijke dorpen plaatsvervangers, stadhouders te benoemen die in zijn naam de vergaderingen voorzaten. Reeds in de 14e eeuw blijkt Heesch een eigen schepencollege te hebben gehad. Dit college bestond, voor zover we na kunnen gaan steeds uit 7 personen, waarvan één president-schepen.

Inkomsten en uitgaven van het dorp werden gecontroleerd door zg. borgemeesters, 2 in getal, die ieder jaar een rekening dienden te overleggen en verantwoording verschuldigd waren aan de schepenen. De zorg voor de sociaal zwakkeren was in handen van de Tafel van de Heilige Geest ook wel Armentafel genoemd, die onder bewind stond van 2 Heilige Geest- of Armmeesters. Ook dezen dienden verantwoording af te leggen aan de schepenen.
 
Na 1648 dienden ook de kerkmeesters die eerst samen met de pastoor het financieel beheer hadden van parochie en kerk, een rekening in te dienen bij het schepencollege.
De schepenen werden gerecruteerd uit de eigengeërfden van het dorp, zij die niet armlastig waren en een bepaald minimum aan grond bezaten.
Daarnaast waren er de gezworenen, bestaande uit oud-schepenen die in gewichtige zaken mee dienden te beslissen. Schout en schepenen, borgemeesters, armmeesters, kerkmeesters, gezworenen en geerfden vormden gezamelijk het Corpus van het dorp, een vergadering die bijeengeroepen werd bij bijzondere gelegenheden: oorlog, aangaan van leningen e.d..

De schepenen werden bij de uitoefening van hun taken bijgestaan door de secretaris die al hun handelingen en besluiten op schrift diende te stellen, doch die aangezien het een particulier ambt betrof, geen of bijna geen verantwoording verschuldigd was, en de vorster of gerechtsdienaar, tegelijk schutter, die zorgdroeg voor de openbare orde, bode was voor het college en zorgdroeg voor het schutten van het vee. Ook dit ambt was in particuliere handen.

De diverse belastingen, op het hoornvee, diverse gewassen e.d. werden uitbesteed aan particulieren tegen een vantevoren vastgestelde pachtsom.
Uiteraard probeerden dezen er meer uit te halen dan ze erin gestoken hadden, een zeer lucratieve bezigheid!
Bij het aangaan van grote werken, brand, oorlog en ander onraad moest men uiteraard de hulp inroepen van de (mannelijke) inwoners, de ´gemeijn nabueren´. Met het doel deze zo snel mogelijk te mobiliseren had men het dorp verdeeld in een aantal buurtschappen, rotten. De leiding van ieder rot werd in handen gegeven van zg. rotmeesters. Heesch kent van oudsher 11 rotten.

1) R.A.N.B., Archief van de erfsecretarie van Maasland 15

Sponsor De Elf Rotten

Sponsor De Elf Rotten!!!